woensdag 19 september 2012

liftangst



omhoog ga ik (ik tel de uren af met
de claustrofoob aan mijn zij) mijn
ene hand rustend op het koude
staal (de zijne) de andere streelt
zachtjes het beton dat onder mijn
vingers naar beneden glijdt

en eenmaal boven, ver boven het
blauw & wit  (wolleke) leg het
lichaam neer in kabbelend water;
het meer (of is het zee?) dat stil
mijn verroestte lijf omarmt, één
wordt met mijn huid (gehavend)
en mij liefdevol de adem ontneemt

was dat hoe ik mijn duizend doden stierf?

en eenmaal terug op vasteland (de
aarde) de kerk gevuld met wolven die
zich één voor één mens waanden en
mij (geurig en kleurig) herbeleefden;
afwezigheid van spinnenpoten (nee)
slechts mannenhanden, slechts
lichaamsdelen die ver(der)gaan

masturberend voor het altaar
ik ontvang wel; kom dus maar

ik zag het maar ik voelde niet
althans niet dáár en niet in mijn
denken (dacht ik doch); maar
ik verwarde soms zijn handen
met poten van roofdieren; en och
wellicht dat het coyotes waren

vervelend of verveling; ik sliep niet
en kon dus ook niet wakker worden
maar ik ontwaakte toch nadat hij
een waarom uitte en ik alleen
maar trillen kon (oke; een beetje
huilen) liggend op zonneschijn
deed ik het uit de doeken

was dat hoe ik mijn duizend doden stierf?

en hij houdt mij vast en ik
knuffel hem met woorden;
dat ik pijn heb en pijn wil doen
en als ik iets verbranden moet
laat het dan hen zijn
laat het dan huid zijn
de duivelspoot
demonen

ruggelings dansend voor het altaar
en ik verlang wel; kom dus maar

ik wil wel maar ik kan niet
ik kan wel maar ik wil niet
en in mijn dromerigheid
verbied ik hem te slapen
zonder mij vast te houden
zonder mij los te laten
zonder mijn zaligheid

was dat hoe hij zijn duizend doden stierf?

en wij maar huichelen
in meineed en in rust
en ik sta slechts toe dat
enkel nog een hoofse
liefde in fabelen
mijn slapen kust

2 opmerkingen: