zondag 26 mei 2013

waterland

beest galop-peerd op z’n drents
het paard is losgeslagen
zij kon de ruiter niet meer dragen
en ik ook niet

en dan kunnen ze bij hoog en laag beweren
dat ook de rijder deel is van mijn zijn
maar denken is allang niet meer wat het
geweest is, vrinden

hij kan zijn viervoeter niet vinden
- en mocht het soms zijn vijand zijn -
door waterland en tranendal
en de paniek voorbij

en ondertussen poog ik nog
het schepsel te vangen in een
beeldspraak, zij het digitaal;
das ook niet mijn ding natuurlijk

en ooit was ik avontuurlijk
reed ook ik op zijden-rug
liefst zonder zadel want dat
leer dat rijdt zo stug

en de liefste van de wereld zegt
“denk daaraan, mijn lief”
maar mijn wereld is kleiner
donker en ontzet vandaag

en als je het mij vraagt
aai ik de vacht
streel ik de bles
met een appel in mijn hand
voer ik de angst:
en ze kwijlt
als een gek

maandag 15 april 2013

afscheidswals

alles went en wentelt
zo ook de tijdigheid
van muziek en steun

en ik beleef de dagen
in vroeger en in nu
een zomerjas met paraplu
want morgen is het lente

geld verdienen met datgene
wat een hobby is:
met vurige passie richt ik alles
graag ten gronde wat ik
toch niet mis 

zeshonderddertig min wat kosten
voor de violist met grootheidswaan
maar spelen kan hij als de beste
ze willen hem allemaal van me stelen

en de nadat-dag laat zich
net zo min vertalen
als mijn emotie in klank
of vuur of verf
toch betalen

veertien of vijftien
éénentwintig nadert
met rasse schreden
voorbij de kwart-eeuw

en de dansdag
wasdag was dag 
ik wuif dag op wuifdag
met beide handen

schrijf en zing
voel en voed
de honger opdat zij
net zo goed mag smaken
a-priori

sorry
voor de stilte
en dank
voor het applaus
als ik afga 

rozenstromen
doornspraak 
de boom groeit
ik krimp:
een glimp   
uit het leven
dat ik liefheb

donderdag 24 januari 2013

waterkou



onder een dik pak sneeuw
rust mijn rust
- en ik slaap zoveel –
door het koude verbrand
maar vol met verstand

mijn ratio ijzelt soms
maakt gevoel spekglad
en verhult
wat ik had

wat ik wil
wat ik wilde
en nu?

op de blaren zitten
en ja, de koelte heelt
maar niet zoveel
als jij verminkt hebt

er zijn geen restjes
fluistert hij in koude oren
ik ben schoon
en terwijl hij spreekt
zie ik de wolken via zijn lippen
mijn luisteren bekoren

er is ook altijd wat
te warm, te koud, te vochtig
te druk, te stil, te zonderling
en de grote bulten sneeuw
die mijn deur blokkeren
visualisaties van ons voelen
beloftes onderling

en ik droom alvast vooruit
waar ik de stenen in de
koude golven smijt
rillend van emotie
maar zonder spijt

en in de tijd die lang geleden lijkt
sprak jij woorden over anderen
en hoe jij anders was
en ik je maar geloven
en nu?

wat ik wil
wat ik wilde

even doortrapt als jij mij leidde
wil ik de geleide zijn
tussen sneeuw en lentevorst
tussen waterkou en liefde
en tussen hem en mij

smelt sneeuw spoedig
dooien dilemma’s
zegeviert de zon zodra
je bevroren bent
in mijn toverbos van weleer
waar de beestachtigen schuilen

zelfs van veraf
steek je schril af

wat ik wil?
een jachtseizoen
een stropersstoet
sneeuw inkleuren
met wolvenbloed

rust mijn rust
als ik strijden strijd
met het verleden en
alles wat mij daaraan bindt

maar in het heden en de toekomst
word ik oprecht door hem bemind