donderdag 14 juni 2012

lief lichaam

gapende gaten genieten gisteren
in de middag nog genageld met
de klokken aan het kruis en de
reuzeviolist plus ritmesectie
geinen donkerblauwe bloemen
en een vaginale tijd

en dan de kunstenaar
geniet rood & melodieën
terwijl hij vrouwenfiguren wentelt
in grappig gips

het donker bonkt bescheiden
op mijn linker hersendelen
getuigt de tweede helft
verluidt narcisme
pervers & prachtig

godallemachtig
krijg de tyfus
krijg de pest
en voor de rest

lijf lijkt lijk
nogal kinderachtig
zeker niet zo machtig
als het denkt te zijn

woensdag 13 juni 2012

23:58


half over heel en nog niet eens
goed en wel gevaren
rechtop aan het voeteneind
de riemen voor driekwart gebroken
luister lieverd, vlak onder de huid
zitten honderdéénentwintig komma drie
verstekelingen in mijn fantoompijn
te klaverjassen & sigaar te roken

jij verstopt het neon
immer is mijn ijkpunt
het vasteland en verder
ik lift van toen naar het verschiet
en vluchtig telt de toekomst:

één staat tot twee staat tot driemaal is scheepsrecht

zodoende, dus verbeeld?
liefdevol gevierendeeld
geleedpotigen & achterban
staan ons uit te zwaaien:
op weg naar het nu – het later
is ons nog niet toebedeeld

één & twee & driewerf hoezee
de ochtend kraakt het hout
beland in water, episch koud
ik spartel panisch in de nachtrust
de rest gaat met de kustwacht mee

dinsdag 12 juni 2012

lucide suïcide

ziedaar: de herder
met zijn  losgeslagen schapen
en hij kust zacht mijn slapen
alsof wij sterven konden

de ziener & het loo; de
wolk zet thee van appelbloesem
het laken huisvest wijndroesem;
gewurgd onder het kussen

en ondertussen
de galg op het betonnen plein
waar enkel nog de kinders zijn;
knikkerend met schedels

en ik kijk uit over het rijk
verwoest doch pijnlijk schoon
ooit was hij een koopmanszoon;
hij verkocht mij aan zichzelf

de liefde snijdt in eigen vlees
en ik bloed – bitter – honing
krijs “vergeving!” naar de koning;
smijt met lam & zeemansknopen

de beul slijpt zijn verleden:
een magiër met doodsverlangen
en zo werden wij opgehangen
alsof wij sterven konden

maandag 11 juni 2012

avondrituelen


en als de avond valt
meedogenloos met luid gekletter
en strijk ik neer op hemels-wit
snijd me per-ongeluk-expres
aan de randjes van
verdraagzaamheid

volharden is een vechtsport en
vechten is volharding met geen zicht
op vrede – geoorloofde oorlog –
het niemandsland geteisterd
met enkel ik als voel-getuige

mijn huid vervaagt; wat is het nu nog
dat mijn mij van mijn omgeving scheidt?
vader zegt: “ ooit krijg je vleugels, schat ”
en dat terwijl ik kleine stukjes vogel
opraap en in mijn tas stop
waar ze meestal door vergetelheid
een jammerlijke dood besterven

en jij hebt prachtige, verwaande theorieën
over elke lijn waar ooit een veertje zat
bruut verwijderd met een scalpel
rood-geveinsde krullen, losser op de schedel
ik spaar het op onder de wiebelende tegel
in de badkamervloer

mijn hunkering is ondervoed
weemoedig heft het eenzaam glas
opdat je nooit meer mag vergeten
dat ik ooit een engel was

zondag 10 juni 2012

de kraanvogel

eindelijk maar toch
vlij mij in de lakens
& hij is origami; zijn lijf
gevouwen rond mijn buik
waarin genezing ligt te weken

ik tast in het duister, vind het riet
licht ontwaakt & mengt zich met zijn lichaam;
hardhandig platgeknuffeld door radiator & matras
en pluizig dons in alle hoeken van de kamer
maar gaten om te vullen
zie ik niet

minnaars rusten naast mij
Arnon, Franz & W.F.H.
ik begrijp de zinnen zelfs nog
met gesloten ogen
in reflecties & in spiegels
in de liefdes-virtuoos

och, de kraanvogel, zo moedeloos
“ dat is geen slapen meer ” kirde ze
ietwat suf door medicijngebruik
en ik vlij mij in de lakens;
ets de doornspraak in zijn ribbenkast
kerf  begeerte in zijn buik

godverdomme lieverd
laat me slapen &
heb mij liever
vandaag is gisteren &
gisteren is morgen al geweest

een mussemans en twaalf buisjes bloed
een kopje thee, een schildersdoek
ik wil leren vliegen
maar de kraanvogel is zoek

zaterdag 9 juni 2012

waandag


er is genoeg van niets
neem zoveel je wilt
een teveel aan alles:
overblijfselen van het leefbare
dat zorgvuldig is gefilterd
jij bent substantie
ik slechts residu

groot lief schepsel, je kind eist ijs
de grote boze wolf bezoekt de kinderboerderij
en ondertussen ben ik nog
te moe om op te geven
te bezwaard om lucht te zijn
voorts de koffie, dan konijn

spreek mij niet over de toekomst
men zaait immers nog bloemenzaden
die ik straks, grillig en grotesk,
volgens kleurenschema zal vertrappen

schoon in kasten, vuil de vaat
de nog niet eens zo lang geleden
vergane glorie – mijn  vriendengroep
hang ik rottend aan het rek:
lang niet gek

het kind slaapt  boven met
het rood nog rond haar kaken
en jij daalt af met donkergrijs, het
sluiert om je lippen – te zwart voor nu –
niet iets om in mee te gaan

dankjewel & graag gedaan
en mocht ik blijven leen mij dan
het nachtlicht van je dochter:
ik heb graag zicht op wat ik waan

vrijdag 8 juni 2012

briefpapier


envelop vol misdaad
besmeurd met harten
ik open (ogen, benen
laptops, smsjes) en verlies
mijn tijdsgebondenheid

beter leesbaar dan jouw handschrift:

jouw verlangen – mijn hunkering
getikte brief, absurde neiging
en lichtvoetige krankzinnigheid

lader, losser, appeltaart

koffie, thee, verlaat ontbijt
ik rek me uit en voel jij dat?
zie je het voor je? kan je me
horen? als ik lief fluister, dan
hardop spreek – het is al laat:
praktisch half achterlijk

ik heb je niet gehoord, wel

gedroomd en gisteren gevoeld
de restanten rusten zacht in
mijn vensterbank & onder
mijn slaapdoordrongen kusjes
en liefelijk en liever liefs lief

en als ik later groot ben maak ik

briefpapier en sterrenthee
om mijn helderheid mee
door te spoelen; anti-gekte
in een mandje onder
liefdes-attributen

in tergende minuten

word ik wakker – tast
opzij en krijs je naam
met weinig woorden
in stille melodieën

envelop gevuld met

paranoia  en getooid
met hart & vlijt:
ik maak de balans
volledig op en verlies
mijn tijdsgebondenheid