ziedaar: de herder
met zijn
losgeslagen schapen
en hij kust zacht mijn slapen
alsof wij sterven konden
de ziener & het loo; de
wolk zet thee van appelbloesem
het laken huisvest wijndroesem;
gewurgd onder het kussen
en ondertussen
de galg op het betonnen plein
waar enkel nog de kinders zijn;
knikkerend met schedels
en ik kijk uit over het rijk
verwoest doch pijnlijk schoon
ooit was hij een koopmanszoon;
hij verkocht mij aan zichzelf
de liefde snijdt in eigen vlees
en ik bloed – bitter – honing
krijs “vergeving!” naar de koning;
smijt met lam & zeemansknopen
de beul slijpt zijn verleden:
een magiër met doodsverlangen
en zo werden wij opgehangen
alsof wij sterven konden
Geen opmerkingen:
Een reactie posten