donderdag 24 januari 2013

waterkou



onder een dik pak sneeuw
rust mijn rust
- en ik slaap zoveel –
door het koude verbrand
maar vol met verstand

mijn ratio ijzelt soms
maakt gevoel spekglad
en verhult
wat ik had

wat ik wil
wat ik wilde
en nu?

op de blaren zitten
en ja, de koelte heelt
maar niet zoveel
als jij verminkt hebt

er zijn geen restjes
fluistert hij in koude oren
ik ben schoon
en terwijl hij spreekt
zie ik de wolken via zijn lippen
mijn luisteren bekoren

er is ook altijd wat
te warm, te koud, te vochtig
te druk, te stil, te zonderling
en de grote bulten sneeuw
die mijn deur blokkeren
visualisaties van ons voelen
beloftes onderling

en ik droom alvast vooruit
waar ik de stenen in de
koude golven smijt
rillend van emotie
maar zonder spijt

en in de tijd die lang geleden lijkt
sprak jij woorden over anderen
en hoe jij anders was
en ik je maar geloven
en nu?

wat ik wil
wat ik wilde

even doortrapt als jij mij leidde
wil ik de geleide zijn
tussen sneeuw en lentevorst
tussen waterkou en liefde
en tussen hem en mij

smelt sneeuw spoedig
dooien dilemma’s
zegeviert de zon zodra
je bevroren bent
in mijn toverbos van weleer
waar de beestachtigen schuilen

zelfs van veraf
steek je schril af

wat ik wil?
een jachtseizoen
een stropersstoet
sneeuw inkleuren
met wolvenbloed

rust mijn rust
als ik strijden strijd
met het verleden en
alles wat mij daaraan bindt

maar in het heden en de toekomst
word ik oprecht door hem bemind

Geen opmerkingen:

Een reactie posten